Wie zonnepanelen op het dak heeft, kent de post inmiddels: terugleverkosten. Een bedrag dat je energieleverancier in rekening brengt voor de stroom die je aan het net teruglevert. Sinds de eerste leveranciers ze in 2024 invoerden, is er veel over te doen geweest — rechtszaken, een massaclaim, Kamervragen en een onderzoek van de toezichthouder.
Nu de salderingsregeling per 1 januari 2027 stopt, kondigen leveranciers aan dat de terugleverkosten omlaag gaan. Dat klinkt als goed nieuws. Het is alleen niet het hele verhaal.
Wat zegt de wet eigenlijk?
Minder dan je zou verwachten. Er is geen wettelijk maximum voor terugleverkosten. Ze zijn gewoon toegestaan, met één belangrijke voorwaarde: het mogen alleen kosten zijn die de leverancier daadwerkelijk maakt om de teruggeleverde stroom te verwerken. Dat staat zo op de site van de Rijksoverheid, en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt er toezicht op.
Tijdens de behandeling van de Wet beëindiging salderingsregeling is nog geprobeerd dat anders te regelen. Kamerlid Postma diende een amendement in voor een regelrecht verbod op terugleverkosten. Dat haalde het niet. Een ander amendement haalde het wél: de “redelijke vergoeding” die je vanaf 2027 voor teruggeleverde stroom krijgt, moet tot 1 januari 2030 minimaal 50% van het kale leveringstarief zijn — het stroomtarief zonder energiebelasting en btw.
Die twee dingen staan los van elkaar. De vergoeding krijg je, de kosten betaal je. Ze verschijnen als aparte posten op je rekening en je moet ze dus bij elkaar optellen om te zien wat je overhoudt.
Het ACM-onderzoek: niet onredelijk, wel ondoorzichtig
In december 2025 publiceerde de ACM de uitkomst van haar onderzoek. De conclusie viel bij veel zonnepaneelbezitters slecht: de terugleverkosten zijn niet onredelijk vergeleken met de kosten die leveranciers maken. De ACM voegde daaraan toe dat ze bij gelijkblijvende marktomstandigheden ook niet verder zullen stijgen.
De toezichthouder was wel kritisch op iets anders: de vergelijkbaarheid. Leveranciers brengen de kosten op allerlei verschillende manieren in rekening. De ene hanteert een jaarstaffel op basis van hoeveel je teruglevert, de andere een bedrag per kWh, en weer een andere verwerkte het jarenlang stilletjes in het vastrecht. Dat laatste gebeurde deels omdat het oude modelcontract uit 2016 helemaal geen aparte component voor terugleverkosten kende.
Daar heeft de ACM iets aan gedaan. In het modelcontract dat per 1 januari 2026 geldt — het standaardcontract dat elke leverancier verplicht moet aanbieden — staat dat terugleverkosten altijd per kilowattuur teruggeleverde stroom berekend moeten worden. De ACM vindt dat ook voor alle andere contracten de juiste methode, al kan ze het daar niet afdwingen.
Waarom de kosten in 2027 dalen
Hier zit de logica die vaak wordt overgeslagen. De terugleverkosten van nu bestaan grofweg uit twee delen.
Het eerste deel zijn onbalans- en profielkosten. Op een zonnige middag levert half Nederland tegelijk terug, precies op het moment dat de marktprijs laag of zelfs negatief is. En de zon schijnt zelden exact zoals voorspeld, waardoor de leverancier moet bijsturen. Dat kost geld.
Het tweede deel hangt samen met de salderingsregeling zelf. Zolang je mag salderen, moet je leverancier die middagstroom feitelijk terugnemen tegen het volle leveringstarief, terwijl hij hem op dat moment voor veel minder kwijt kan. Dat verschil is een reëel verlies dat in de terugleverkosten verwerkt zit.
Per 2027 verdwijnt dat tweede deel. Vandaar dat leveranciers hun tarieven kunnen verlagen — Greenchoice was de eerste die dat concreet aankondigde, met een daling van ongeveer twee derde. Maar het eerste deel blijft: de onbalanskosten bestaan ook zonder saldering, en daarom gaan de terugleverkosten niet naar nul.
En toch hou je minder over
Reken het maar eens door. Nu levert een teruggeleverde kilowattuur je onder de streep zo'n 5 cent op — vergoeding minus terugleverkosten. Vanaf 2027 komt die netto vergoeding bij vrijwel alle leveranciers uit op minder dan 1 cent per kWh.
Dat komt niet doordat de kosten stijgen. Dat komt doordat het salderen zelf wegvalt. Nu streep je een teruggeleverde kilowattuur weg tegen een kilowattuur die je later afneemt, inclusief energiebelasting en btw. Straks krijg je alleen nog een vergoeding over het kale tarief — die wettelijke ondergrens van 50% komt bij de huidige prijzen neer op ergens tussen de 5 en 7 cent per kWh — en daar gaan de terugleverkosten nog vanaf.
Lagere terugleverkosten betekenen dus niet dat je er beter uit springt. De conclusie die vrijwel iedereen in de sector trekt: het rendement verschuift van terugleveren naar zelf verbruiken. Wasmachine overdag, laadpaal op de zonuren, eventueel een thuisbatterij.
De rechtszaken: een ander verhaal dan je denkt
In 2025 haalden twee klanten van Vattenfall het nieuws omdat de rechtbank Amsterdam oordeelde dat zij geen terugleverkosten hoefden te betalen. Eerder kreeg een klant van Budget Energie op vergelijkbare gronden gelijk.
Belangrijk om te weten: die zaken gingen niet over de vraag óf terugleverkosten mogen. Ze gingen erover dat deze leverancier de kosten halverwege een lopend contract invoerde, terwijl daar bij het afsluiten niets over was afgesproken. Vattenfall wijst er bovendien zelf op dat het niet op de eisen heeft gereageerd, waardoor de rechter de zaken niet inhoudelijk heeft beoordeeld en de uitspraken alleen voor die twee klanten gelden.
Inmiddels loopt er wel een massaclaim van Claimer.nl tegen meerdere energiemaatschappijen. En los daarvan ligt bij de Hoge Raad een zaak over prijswijzigingsbedingen in variabele contracten, met een uitspraak die voorlopig eind 2026 wordt verwacht. Die raakt niet specifiek de terugleverkosten, maar wel de bredere vraag hoe vrij een leverancier is om tarieven tussentijds aan te passen.
Wat je hier praktisch mee kunt
Vergelijk niet het ene getal maar de combinatie: terugleververgoeding minus terugleverkosten, en dan pas kijken naar het leveringstarief. Een leverancier met lage terugleverkosten en een magere vergoeding kan slechter uitpakken dan andersom.
Let ook op de contractvorm. Bij de meeste dynamische contracten betaal je helemaal geen terugleverkosten — je krijgt daar simpelweg de marktprijs van het moment, die op zonnige middagen laag is maar op andere momenten juist gunstig. En kijk in de voorwaarden of je leverancier zich het recht voorbehoudt om tarieven aan te passen bij wijzigingen in wet- en regelgeving. Per 1 januari 2027 verandert er nogal wat.
Verder lezen: wat er precies voor saldering in de plaats komt, en een doorgerekend voorbeeld voor een dak van 4,5 kWp.
Bronnen
- Salderingsregeling stopt in 2027 — Rijksoverheid.
- Terugleverkosten zonnestroom niet onredelijk, contracten wel moeilijk te vergelijken — ACM.
- Wet beëindiging salderingsregeling (36.611), inclusief de amendementen — Eerste Kamer.
- Uitspraak rechtbank Amsterdam over terugleverkosten Vattenfall — Kassa (BNNVARA).
- Reactie op de rechtszaken over terugleverkosten — Vattenfall.
- ConsuWijzer — ACM, voor neutrale consumenteninformatie.
